“Obama heeft de Islamitische Staat opgericht!” Dat wist je zeker nog niet? Dat komt omdat dit fake news is. Valse informatie bedoeld om jou te misleiden. Steeds vaker proberen mensen geld te verdienen of de reputatie van anderen te beschadigen met zulk soort informatie, ook wel desinformatie. Daarom heeft een groep deskundigen twee maanden lang gedebatteerd over mogelijke oplossingen. In een rapport komen ze met aanbevelingen om desinformatie tegen te gaan.

Door: Bob Rekelhof

In het rapport ‘a multi-dimensional approach to disinformation’ wordt advies gegeven aan de Europese Commissie om desinformatie tegen te gaan. Het advies is opgesteld door 39 mensen die vonden dat ze er iets vanaf wisten, de ‘deskundigengroep op hoog niveau’. Deze groep bestaat uit onder andere journalisten, nieuwsmedia, vertegenwoordigers van sociale mediakanalen en academici. Na heel wat kopjes koffie en een immens lange reeks discussies en vergaderingen, was daar dan eindelijk de bundeling van adviezen waar we op hebben gewacht.

‘A multi-dimensional approach to disinformation’ bestaat uit ‘key priciples’ die uiteindelijk leidend zullen zijn bij de ontwikkeling van een praktijkcode, heel wat mogelijke plannen die ondergebracht worden in een vijftal hoofdpunten, het idee voor een netwerk van kenniscentra.

De Praktijkcode
Tot slot staan er in het rapport tien belangrijke principes (de ‘key principles’). Deze zullen straks dienen als gedragsregels voor nieuwsverspreiders. Die regels, de uiteindelijke praktijkcode, wordt gemaakt door weer een groep journalisten, factcheckers, nieuwsmedia en online platforms. De regels zijn bedoeld om als richtlijnen te dienen voor voornamelijk online platforms, waardoor desinformatie verder teruggedrongen zal worden:

  1. (Online) platforms moeten hun advertentiebeleid aanpassen, waardoor straks geen geld meer verdiend kan worden met ‘nepnieuws’, ofwel desinformatie
  2. Platformen moeten transparanter zijn in wat er gebeurt met de gegevens van gebruikers voor advertentiedoeleinden. Ze moeten hierover ook verantwoording (kunnen) afleggen
  3. Gesponsorde content/advertenties, waaronder politieke advertenties, moeten makkelijk te onderscheiden zijn van andere content
  4. Platforms moeten toegang tot data verlenen voor factchecking en onderzoeksdoeleinden
  5. Gebruikers van de platforms moeten met geavanceerde instellingen hun eigen online ervaring kunnen wijzigen
  6. In samenwerking met Europese nieuwsverstrekkers moeten online platforms betrouwbaar nieuws beter zichtbaar maken voor gebruikers
  7. Trending nieuwsartikelen moeten, wanneer gepast/geschikt, worden begeleid door gerelateerde nieuwsitems
  8. Platforms moeten gebruikers voorzien van de juiste tools om in contact te staan met betrouwbare bronnen die factchecking ondersteunen
  9. Als platforms gebruikmaken van meldingssystemen voor desinformatie, dat toevertrouwd wordt aan de gebruikers, moeten systeem beschermen voor misbruik door gebruikers
  10. Informatie over het functioneren van de online platforms en over de werking van algoritmes moeten worden gedeeld voor onafhankelijk research en het bijhouden van de verwijdering en verspreiding van desinformatie

Plan de Campagne
De nepnieuwslijsten, lijsten van nepnieuwsverspreiders,kunnen we inmiddels mislukt noemen. Deze lijsten werden gemaakt door ‘EU vs. Disinfo’, in opdracht van de Europese Commissie.

Madeleine de Cock Buning (Bron: The Post Online)

Dat is een ‘risicovolle activiteit’, vindt voorzitter van de deskundigengroep Madeleine de Cock Buning (eveneens voorzitter van het Commissariaat voor de Media). Zij vertelde eerder al dat overheden zich niet bezig moeten houden met de waarheid of onwaarheid van informatie, want zij kunnen hier misbruik van maken. Daarom adviseerde ze de Commissie af te zien van deze lijsten. In het rapport komt de deskundigengroep met andere mogelijkheden:

In de stappen die genomen kunnen worden, is transparantie volgens de expertgroep heel belangrijk. Zij vindt dat nieuwsverspreiders open moeten zijn over de herkomst van informatie en algoritmes waarmee informatie wordt verspreid. Hiermee wordt gehoopt dat gebruikers sneller valse informatie kunnen onderscheiden van juiste informatie.

Niet iedereen heeft alleen de kennis om hierover te oordelen. Op Twitter wordt desinformatie, of nepnieuws, momenteel zelfs sneller gedeeld dan waarheden. Om mensen in hun kracht te zetten, zeggen de deskundigen, moeten we mediageletterdheid promoten. Om dit effectief te doen moet het onderdeel worden van de schoolcurricula en moeten ook docenten massaal worden opgeleid in mediageletterdheid.

Maar, zoals sommige mensen moeite hebben met taal en andere met rekenen, zullen er altijd mensen zijn die desinformatie niet goed leren herkennen. Daarom leek het de adviesgroep een goed idee om tools te ontwikkelen voor journalisten en gebruikers van sociale media, waarmee desinformatie sneller herkend kan worden en vervolgens worden‘uitgeschakeld’.

We kunnen er dus veel aan doen om desinformatie te leren herkennen en terug te dringen. We zouden er daarnaast ook voor moeten zorgen dat desinformatie niet te makkelijk gemaakt en verspreid wordt. Nou, zeggen onze slimme koppen, daarom moeten we de diversiteit en duurzaamheid van Europese nieuwsmedia beschermen. Dat kan ook, vervolgen ze, door kwaliteitsjournalistiek te ondersteunen en te investeren in het ontwikkelen en onderzoeken van nieuwe technologieën voor online mediadiensten.

Dat onderzoek is trouwens sowieso belangrijk. Daarom adviseert de groep tot slot om continue research naar de impact van desinformatie te blijven stimuleren.

LinkedIn? Nee, een ander netwerk.
Onderzoek doen is hartstikke belangrijk in het hele desinformatieverhaal. Lieg ik dat nu? Nee, dit is toevallig echt waar! De deskundigengroep stelt dit namelijk in hun rapport. Er moet iemand, of een groep mensen, zijn die toezicht houdt op al die verspreidde desinformatie, die de juistheid checkt van ‘feiten’ en de betrouwbaarheid van bronnen in online artikelen en die algoritmes beter leert te begrijpen. Als we die informatie bijhouden en opslaan, kunnen we betere oplossingen bedenken tegen al die misleidende informatie en kunnen we die kennis delen met nieuwsmedia om het bewustzijn hierover te vergroten van het publiek.

Onze deskundigengroep is hiermee aan de slag gegaan. Zij bedachten dat er een netwerk opgezet moet worden van onafhankelijke Europese centra voor (academisch) onderzoek van desinformatie. Hiermee wordt geprobeerd een gestructureerde, grens- en sectoroverschrijdende samenwerking te ondersteunen, zodat effectief kan worden gewerkt aan het terugdringen van desinformatie. Aangezien de (online) sector soms de dynamiek kent van een schoolplein, leek het de Europese denktank een goed idee om als overheid hier een faciliterende rol in te spelen.

Oh ja, dit netwerk van researchcentra moet tevens toegang tot data verlenen aan fact- en broncheckers, journalisten en academici.

Niet iedereen tevreden
De twee maanden debatteren, verliepen niet volledig vlekkeloos. Volgens een contact van de nieuws- en opiniewebsite EUobserver.com is de discussie op een gegeven moment omgeslagen in een ‘lobbywensenlijst’, nadat de deelnemende partijen waren opgedeeld in kleinere groepen. Datzelfde contact vertelde het platform dat sommige partijen een sectoronderzoek wilden laten uitvoeren, waarin de geldstromen worden onderzocht. Eén mediabedrijf zou hebben gedreigd te vertrekken door de lobby-achtige praktijken.

Uiteindelijk heeft niemand de vergaderingen verlaten en is er een rapport opgesteld. Toch is er één partij die het uiteindelijke rapport niet steunt: de Europese Consumenten Organisatie (BEUC). Deze partij vindt dat er strengere maatregelen moeten worden genomen dan nu in het rapport staan. Zij zeggen dat ‘blootstelling van consumenten aan desinformatie moet worden aangepakt bij de bron’.