“O nee! Een iPhone! In de wc!” gilt een dame op het moment dat ik net de kraan opendraai om mijn handen te voorzien van een schoonmaak. De gillende dame komt verschrikt uit het wc-hokje waar ik zojuist voor haar een plas heb gedaan. ‘O, oeps, hij is denk ik van mij,’ murmel ik terwijl ik naar haar toeloop, ondertussen een meute aan wachtende vrouwen voor de wc passerend; hun ogen volgen mij nieuwsgierig.

Lynn van der Zaag

En plein public stroop ik nonchalant mijn mouwen op en vis met mijn vingers het communicatiemiddel van de bodem van het watercloset. De vrouw die het geval heeft gevonden kijkt me ietwat geschokt aan; ik begin de druk te voelen om sip te kijken, of op z’n minst verongelijkt. Eerlijk gezegd doet het veronderstelde verlies van mijn telefoon me vrij weinig tot niets. “Leg hem op de verwarming!”, roept een omstander. “Haal de accu eruit!!!”, roept een ander. Ik haal mijn schouders op, leg het toestel ter plekke voor de vorm nog even op de verwarming, al lijkt het me een zeer onwaarschijnlijk dat ik er ooit nog mee kan bellen.

De iPhone heeft het begeven; dit klassieke telefoon-valt-uit-broekzak-in-de wc-incident dwong mij tot een degradatie naar een old school Nokia. De gedwongen detox van het ‘in contact staan met’ was voor mij een aangename aangelegenheid; de aandacht die het toestel van mijn concentratie eiste, kon ik elders (studie!) beter gebruiken. ‘De jeugd van tegenwoordig’ heeft echter (bijna) allemaal een smartphone; het gebruik van internet blijft groeien, ondanks dat er een tal aan medische aandoeningen kleven aan de uitbuiting van de digitale apparaten die gemiddeld zeven a acht uur per dag worden gebruikt, om over de (sociale) stress die de apparaten met zich meebrengen maar te zwijgen.

Het massale gebruik van de smartphone onder de jeugd leidt tot concentratieproblemen; de jongeren zijn vergroeid met hun telefoon. ’Nettiquette’; een serie waarbij de etiquette van de sociale media onder de jeugd wordt besproken, leert mij dat een sociaal leven zonder smartphone volgens de geïnterviewde jongeren in de serie ondenkbaar is. Deze uitspraken schokken mij, omdat het me zeer ongezond lijkt om zoveel energie te besteden aan onbenulligheden als tags en comments, maar dat dit door de jeugd wordt gezien als een heuse levensbehoefte.

Nu was ik op het moment dat mijn telefoon in de pot viel al geen gebruiker van Facebook, Instagram en Snapchat en al dat soort meer, dus heel ingrijpend was mijn degradatie in telefoon niet. Mijn uitgebreide chatfunctie heeft slechts plaats moeten maken voor de duurzame sms. Hier tegenover staat the joy die ik voel op het moment dat er een envelopje bovenaan mijn scherm verschijnt; ik krijg ten slotte gemiddeld nog maar vijf keer per dag een digitaal briefje. Zal de nieuwe generatie deze rust ooit beleven?